Contact
Home > Bronnen > Verder lezen

Verder lezen

De GGZ-sector in 2020

ATOS Consulting. (2010). De GGZ-sector in 2020. De ontwikkeling van e-mental health in een onzekere toekomst.

Dit artikel staat stil bij de belangrijkste trends in de ggz met als centraal thema e-mental health. De vier belangrijkste toekomstbeelden voor 2020 zijn geschetst op basis van interviews met dertig leden van raden van bestuur van ggz-instellingen. De vier scenario’s zijn zeer verschillend van elkaar, maar toch blijken er twee belangrijke trends uit: de rol van zorgverzekeraars en de toenemende privatisering. De auteurs schetsen het beeld dat we toe groeien naar een toenemende marktwerking met een prominente rol van de zorgverzekeraars en private financiers. Dit is voor de ontwikkeling van e-mental health geen gunstig vooruitzicht, zo stellen ze, want de rol van de overheid is doorslaggevend voor echte groei.

Projectmatig creëren 2.0

Bos, J., & Harting, E. (2006). Projectmatig creëren 2.0. Schiedam: Scriptum.
Projectmatig creëren 2.0De 'zandloper' uit Projectmatig creëren 2.0

Projectmatig creëren 2.0 is een interessant boek voor wie meer wil weten van het managen van projecten. Het biedt een vernieuwende kijk op projectmanagement door de sleutel tot succes te leggen bij het inspireren en motiveren van mensen. Onderwerpen als de projectstructuur, organisatie en communicatie worden behandeld. Maar ook de opdrachtgever, organisatiecultuur en het omgaan met tegenslagen.

Hoe verandert internet je manier van denken?

Brockman, J. (2011). Hoe verandert internet je manier van denken? Amsterdam: Maven Publishing.

John Brockman heeft voor dit boek aan 151 wetenschappers en andere invloedrijke denkers gevraagd hoe internet onze manier van denken verandert. De antwoorden zijn vaak verhelderend, soms confronterend of vermakelijk.

Computer games supporting cognitive behaviour therapy in children

Brezinka, V. (2012). Computer games supporting cognitive behaviour therapy in children. Clinical Child Psychology and Psychiatry, first published on December 20, 2012 as doi: 10.1177/1359104512468288.
Computer games supporting cognitive behaviour therapy in childrenVeronika Brezinka

124 behandelaren namen deel aan het onderzoek van Veronika Brezinka naar het computerspel ‘Treasure hunt’; 42 van hen en 218 kinderen participeerden in een vervolgonderzoek. De onderzoeksdata tonen dat een grote meerderheid van de kinderen blij waren dat hun therapeut het spel aanbood tijdens hun behandeling. De therapeuten waardeerden ‘Treasure hunt’ als een goede bijdrage aan onder meer de diagnostiek, het verklaren van de werking van CGT-concepten en het versterken van de relatie met de patiënt.

Kindertherapie aan de computer – vloek of zegen?

Brezinka, V. (2009). Kindertherapie aan de computer – vloek of zegen? Kinder- en Jeugdpsychotherapie, 2009, 36 (4), 18-27.

Veronika Brezinka beschrijft het spelprogramma ‘Schateiland’. In haar artikel gaat ze in op de voor- en nadelen van dit spel.

Schateiland – een gedragstherapeutisch computerspel

Brezinka, V. & Heyns, E. (2010). Schateiland – een gedragstherapeutisch computerspel. Kind & Adolescent Praktijk, 2010, 9, 14-20.
Schateiland – een gedragstherapeutisch computerspel

Computerspelletjes zijn voor miljoenen kinderen een vanzelfsprekend onderdeel van het leven geworden. Wetenschappelijk onderzoek richt zich allang niet meer alleen op de negatieve uitwerkingen ervan.

Wanneer is e-health verzekerde zorg?

Couwenberg, B.T.L.E. (2011). Notitie: Wanneer is e-health verzekerde zorg? Diemen: CVZ.

In deze notitie wordt uitgelegd wanneer e-healthtoepassingen een vorm van verzekerde zorg zijn en hoe deze toepassingen bekostigd kunnen worden. Kort gezegd is de conclusie dat e-health verzekerde zorg is als bestaande, al verzekerde zorg in een e-healtvorm aangeboden wordt en de samenstelling en effectiviteit niet veranderen. De zorgverzekeraar beoordeelt of het inderdaad alleen om een verandering van aanbiedingsvorm gaat.

Hulp op afstand in Nederland

Doornink, H., Pansier-Mast, L., & Welling, A. (2012). Hulp op afstand in Nederland. Onderzoek naar op afstand georganiseerde hulpdiensten voor psychosociale problematiek. Enschede: Bureau NHM.

Dit rapport is het resultaat van een onderzoek in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Het onderzoek richtte zich op de manier waarop ‘hulp-op-afstand’-organisaties kunnen samenwerken en wat de rol van VWS kan zijn in de financiering van hulp op afstand. Hiermee bedoelen de auteurs: voorlichting, preventie en behandeling via mail, chat of telefoon.

Jeugd-ggz: investeren in de toekomst!

GGZ Nederland. (2011). Jeugd-ggz: investeren in de toekomst! Ambities voor 2011 - 2014. Amersfoort: GGZ Nederland.
Jeugd-ggz: investeren in de toekomst!Jeugdbeleid van GGZ Nederland 2011 - 2014

In dit rapport wordt het beleid in de jeugd-ggz voor 2011 tot 2014 uiteengezet. Een aantal keer wordt hier aandacht besteed aan e-health. De inzet van e-health als onderdeel van zorgpaden zou kunnen zorgen voor versterking van de toegankelijkheid en efficiëntie. E-health zal daarom volgens het rapport steeds meer worden ingezet, ook als onderdeel van tweedelijns ggz-behandeling.

Onder professoren

Hermans, W.F. (1975). Onder professoren. Amsterdam: De Bezige Bij.

Het Groningse dorp Haren stond al eerder in de belangstelling: het is de plaats van handeling van Hermans’ sleutelroman ‘Onder professoren’. Willem Frederik Hermans baseerde zijn beschrijving van de academische wereld – de kneuterigheid én de uitspattingen – op zijn eigen, dagelijkse omgang met hoogleraren.

Gunstig klimaat voor e-healthontwikkeling in de ggz

Hove, S. ten, & Bothof, W. (2012). Gunstig klimaat voor e-healthontwikkeling in de ggz. ATOS Consulting.

In 2010 heeft ATOS Consulting een aantal scenario’s uiteengezet over de ggz-sector in 2020. Terwijl in 2010 de conclusie was dat e-mental health een onzekere toekomst tegemoet gaat, wordt in deze update beschreven dat e-health niet meer uit de ggz weg te denken is. Door de recessie in Nederland en bezuinigingen in de zorg is een klimaat ontstaan waarin ggz-instellingen kunnen innoveren om de kosten in te perken, met behoud van kwaliteit en effectiviteit. De zorgkosten per instelling en behandeling worden meer vergelijkbaar en dat kan door verzekeraars worden gebruikt om zorgbudgetten toe te wijzen. “Dit betekent dat van zorgaanbieders verlangd wordt om te investeren in zorg die waar mogelijk wordt ondersteund door technologie.” Waaronder dus e-mental health.

Nationale Implementatieagenda e-health

Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG), Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF) & Zorgverzekeraars Nederland (ZN). (2012). Nationale Implementatie Agenda E-health. Zeist: KNMG, NPCF & ZN.
ationale Implementatie Agenda E-healthAgenda voor het stimuleren van e-health in de volwassenengezondheidszorg.

De drie organisaties, artsenkoepel KNMG, patiëntenfederatie NPCF en Zorgverzekeraars Nederland, hebben in de Nationale Implementatie Agenda afspraken vastgelegd om de verdere ontwikkeling van e-health te stimuleren. Hierin is afgesproken dat zorgverzeraars e-healthtoepassingen gaan toevoegen aan het contracteerbeleid met zorgverleners. Daarnaast nemen medische professionals toepassingen van e-health op in richtlijnen en protocollen. De patiënten- en cliëntenorganisaties stimuleren de acceptatie van e-health en bevorderen dat de patiënt wordt betrokken bij ontwikkeling en uitvoering. E-mental health wordt genoemd als een van de centrale agendapunten, met als doel het introduceren en opschalen van effectieve zorgmethoden.

Accelerating innovation: the power of the crowd

KPMG. (2012). Accelerating innovation: the power of the crowd.
Accelerating innovationInternationaal e-health-overzicht toont versnippering in Nederland.

In dit rapport worden de e-healthontwikkelingen op internationaal niveau besproken. Hieruit blijkt dat in Nederland veel creatieve en interessante initiatieven bestaan, maar die initiatieven zijn erg versnipperd. De versnippering lijkt een obstakel om echt mee te doen in de wereld van e-health. Het rapport beschrijft een aantal adviezen voor bestuurders in de gezondheidszorg om e-health succesvol te ontwikkelen en implementeren.

E-health in de huidige DBC-systematiek

KPMG PLEXUS & Stichting DBC-Onderhoud. (2012). E-health in de huidige DBC-systematiek. Utrecht: KPMG.

Uit dit onderzoeksrapport blijkt dat e-healthtoepassingen bekostigd kunnen worden binnen het huidige DBC-systeem. Toch zijn er verbeteringen mogelijk. Binnen de huidige regels is 'fysiek contact' tussen medisch specialist en patiënt verplicht om een DBC te kunnen openen, waardoor niet alle e-healthtoepassingen declarabel zijn. Dit kan opgelost worden door een bredere definitie voor ‘fysiek contact’ te hanteren. Daarnaast adviseren de auteurs om e-healthtoepassingen mee te nemen in de prijsbepaling van een DBC-zorgproduct. Ontwikkelaars die problemen hebben bij de bekostiging van een e-healthtoepassing kunnen dat melden bij het intakeloket van DBC-Onderhoud.

Ordening in de wereld van e-health

Krijgsman, J., & Klein Wolterink, G. (2012). Ordening in de wereld van eHealth. Den Haag: NICTIZ.

Dit artikel brengt een ordening aan in de vele verschillende e-healthtoepassingen. De ordening loopt langs drie dimensies: het type zorgproces dat wordt ondersteund (zoals voorlichting, therapie, het maken van afspraken), de gebruikers die erbij betrokken zijn (vaak hulpverlener en/of patiënt) en de gebruikte technologie (bijvoorbeeld website, beeldbellen of een mobiele app). Zo ontstaat een gestructureerd overzicht van het brede terrein van e-health.

Bestuurlijk Akkoord toekomst GGZ 2013-2014

LPGGZ, GGZ-NL, ZN, NVvP, NIP, LVG, LVE, Meer GGZ, NVVP & ministerie van VWS. (2012). Bestuurlijk Akkoord toekomst GGZ 2013-2014.

In dit akkoord zijn afspraken gemaakt voor de ggz-sector voor 2013 en 2014. Op het gebied van e-health is afgesproken dat een langetermijnplan wordt opgesteld om verantwoord gebruik van e-mental health te bevorderen.

Online hulp nog beperkt beschikbaar

Nikken, P. (2007). Online hulp nog beperkt beschikbaar. Jeugd en Co Kennis, 4, 108-112.
Online hulp nog beperkt beschikbaarPeter Nikken maakte een vroege beschrijving van hulpsites voor jeugdigen; Karin van Rooijen verzorgde een update in 2012.

Professor dr. Peter Nikken is als senior medewerker Opvoeden en Opgroeien verbonden aan het Nederlands Jeugdinstituut (NJi). In 2007 inventariseerde hij vijftig Nederlandse hulpsites voor jeugdigen. Hij concludeerde dat de online hulp voor deze groep nog beperkt was. Slechts bij een handvol sites kon worden vastgesteld dat de online interventie was gebaseerd op een gefundeerde aanpak. Daarnaast bleken de hulpverleners slechts beperkt bereikbaar voor intensievere ondersteuning.

Measure what matters

Paine, K.D. (2011). Measure what matters: Online tools for customers, social media, engagement and key relationships. NY: John Wiley and Sons.
Measure what mattersOverzicht van online methoden om data te verzamelen.

In de onlinewereld is het steeds makkelijker om te meten hoeveel mensen je product gebruiken en wat je impact is. Dit boek geeft een overzicht van tools om data te verzamelen over het gebruik van producten en diensten, de relatie met de cliënt en met de media.

High Tech, High Touch, High Trust

Riper, H., Smit, F., Zanden, R.A. van der, Conijn, B., & Mutsaers, K. (2007). High Tech, High Touch, High Trust. Programmeringsstudie E-mental Health. Utrecht: Trimbos-instituut.
High Tech, High Touch, High TrustE-behandeling van depressie, angststoornissen en alcoholproblemen: de situatie in 2007.

In opdracht van het ministerie van VWS bracht het Trimbos-instituut in 2007 in kaart welke online e-healthprogramma’s er op dat moment in Nederland beschikbaar waren voor de behandeling van depressie, angststoornis en alcoholproblemen. De studie geeft een overzicht van het toenmalige internetaanbod en biedt aanbevelingen om de kwaliteit en het bereik van behandeling via het internet te vergroten. De onderzoekers vonden 65 e-mental-healthbehandelingen, gericht op diverse doelgroepen. Een vijfde daarvan was gericht op jongeren tussen de twaalf en 25, geen enkele op kinderen onder de twaalf. Van alle programma’s is een op de zeven effectief gebleken in wetenschappelijk onderzoek.

Wat werkt bij online hulpverlening?

Rooijen, K. van (2012). Wat werkt bij online hulpverlening? Nederlands Jeugd-instituut.

Karin van Rooijen heeft in 2012 een update gepubliceerd van de studie van Peter Nikken uit 2007. Haar conclusie is dat het onderzoek naar de effecten van online hulp bij kinderen en jongeren toeneemt. Internationale effectstudies laten zien dat online interventies ook bij kinderen en jongeren positieve effecten kunnen hebben. In Nederland lopen verschillende effectstudies. Procesevaluaties hebben uitgewezen dat jongeren vooral de anonimiteit van het online aanbod waarderen.

The Efficacy and Effectiveness of Online CBT

Ruwaard, J. (2012). The Efficacy and Effectiveness of Online CBT. Amsterdam: Department of Clinical Psychology, University of Amsterdam.
The Efficacy and Effectiveness of Online CBTOnline cognitieve gedragstherapie werkt: proefschrift van Jeroen Ruwaard.

Met vier RCT’s en een praktijkstudie bewijst Jeroen Ruwaard in zijn proefschrift dat cognitieve gedragstherapie ook online effectief kan zijn. Hij onderzocht de effectiviteit van online CGT bij werkgerelateerde stress, depressie, paniekstoornis en boulemie bij volwassenen. Uit de praktijkstudie blijkt dat online CGT ook werkt in de klinische praktijk.

Handboek online hulpverlening

Schalken, F. e.a. (2010). Handboek online hulpverlening. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
Handboek online hulpverleningHandboek biedt relevante methodieken.

Dit handboek beschrijft de methodische en organisatorische consequenties van online hulp bij psychische, sociale of maatschappelijke problemen aan de hand van Nederlandse praktijkvoorbeelden. De auteurs zijn allen verbonden aan stichting e-hulp, een kenniscentrum voor online hulpverlening. Stichting e-hulp werkte de afgelopen jaren veel mee aan de ontwikkeling van e-healthprogramma’s voor preventieve of vroege interventie. Professionals uit de psychiatrie zullen dan ook niet veel voorbeelden vinden die direct raken aan hun dagelijkse werk. De helder beschreven methodieken zijn echter ook zeer relevant voor deze groep.

Hoe IT-projecten slagen en falen

Schönfeld, C.L. (2012). Hoe IT-projecten slagen en falen. Den Haag: Academic Service.

Dit boek bespreekt de oorzaken en gevolgen van het (niet) slagen van IT-projecten. Het geeft in detail verklaringen voor het falen van projecten, geïllustreerd met verhalen van betrokkenen en kranten- en tijdschriftartikelen. Het boek is ook goed leesbaar voor wie niet thuis is in de wereld van de informatietechnologie.

The wisdom of crowds

Surowiecki, J. (2004). The wisdom of crowds – Why the many are smarter than the few.
The wisdom of crowds

James Surowiecki schreef een revolutionaire klassieker over ‘samen slimmer’ zijn. Een verguisd en bejubeld betoog over het potentieel van eigenwijze, eigentijdse samenwerking van (grote) groepen mensen in dit (internet)tijdperk.

Loose

Thomas, M. (2011). Loose: The future of business is letting go. NY: Business Plus.
Loose

Om een traditionele organisatie om te vormen in een creatieve en productieve netwerkorganisatie, moet de leiding de kunst van het loslaten beoefenen. Loose beschrijft de kaders van een nieuw tijdperk.

E-health in de praktijk

Timmer, S. (2012). E-health in de praktijk. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
E-health in de praktijkAuteur van ggz-huize verbindt theorie en praktijk.

In dit boek beschrijft Saskia Timmer het gehele spectrum van e-healthtoepassingen in de gezondheidszorg. Het bevat theoretische kennis over wat e-health is en welke vormen er zijn, evenals informatie over de invloed die het heeft op de gezondheidszorg, de patiënt, de zorgverlener en de zorgorganisatie. Ook worden praktijkvoorbeelden gegeven en tips voor wie met een e-healthtoepassing aan de slag wil.

The creative destruction of medicine

Topol, E. (2012). The creative destruction of medicine: How the digital revolution will create better healthcare. NY: Basic Books.
The creative destruction of medicineDe digitale revolutie in het medisch bastion: patiënten zullen de doorbraak realiseren.

Draadloze, mobiele apparaten hebben het gedrag van de halve wereldbevolking inmiddels ingrijpend veranderd. De schijnbaar onbegrensde functionaliteit van smartphones en tablets verandert ons dagelijks leven met hyperconnectiviteit, cloud computing en sociale netwerken. De medische wereld is een van de laatste bastions waartoe de digitale wereld nog nauwelijks is doorgedrongen.

Tot nu toe. ‘The creative destruction of medicine’ beschrijft hoe ook dit domein veroverd zal worden. Zeer binnenkort liggen we desgewenst aan onze eigen monitor: hartritme, bloedwaarden, hersenactiviteit... Alles zullen we continu kunnen meten met personal divices. Alle relevante, persoonlijke data staan tot onze beschikking; daarmee ligt bijvoorbeeld een preventierevolutie aan onze voeten. Het ligt binnen ons bereik om hiermee allerlei ziekten en aandoeningen voorgoed uit te bannen. Zij het dat de medische gemeenschap de beschikbare technologie nog links laat liggen en zich verzet tegen vernieuwing. Eric Topol betoogt echter dat, onder druk van patiënten, een doorbraak voor de deur staat.

Too big to know

Weinberger, D. (2012). Too big to know: Rethinking knowledge now that the facts aren’t the facts, experts are everywhere and the smartest person in the room is the room. NY: Basic Books.
Too big to knowKennis woont tegenwoordig in netwerken. Ideaal, als je tenminste de gebruiksaanwijzing hebt.

Vroeger wisten we hoe we iets konden weten. We kregen onze antwoorden van experts, of we haalden ze uit boeken. Maar in het internettijdperk is de kennis verhuisd en woont nu in netwerken. Er is meer kennis dan ooit tevoren (natuurlijk, dat was altijd al zo) maar de verschijningsvorm is totaal anders. Thema’s hebben geen grenzen, onderzoeksvragen beslaan een onmetelijke ruimte, de kennisgasbel is onuitputtelijk, consensus bestaat niet meer. Toch leven we in een uniek tijdperk, ideaal voor kenniswerkers. Tenminste, als je weet hoe je het moet aanpakken. ‘Too big to know’ herdefinieert kennis. Dit baanbrekende boek van David Weinberger schudt aan de fundamenten van ‘het concept dat kennis heet’.

Precompetitieve samenwerking eHealth: ambitie en uitgangspunten

Zorgverzekeraars Nederland. (2011). Precompetitieve samenwerking eHealth: ambitie en uitgangspunten. Zeist: Zorgverzekeraars Nederland.
Precompetitieve samenwerking eHealthPleidooi voor precompetitieve samenwerking van verzekeraars om e-health te bevorderen.

In dit visiedocument zet Zorgverzekeraars Nederland (ZN) zijn ambitie en uitgangspunten op e-healthgebied uiteen. ZN pleit voor precompetitieve samenwerking van verzekeraars om de implementatie van e-health te bevorderen. De samenwerking zal vooral gericht zijn op het creëren van randvoorwaarden voor de zorginkoop, bijvoorbeeld in een inkoopgids voor verschillende toepassingen; het ontwikkelen en delen van kennis en onderzoek; en training en opleiding van medewerkers van zorgverzekeraars. De zorgverzekeraars schetsen een toekomstscenario waarin iedere patiënt in 2020 toegang heeft tot e-health en het op de reguliere manier bekostigd wordt. In het document worden e-mental health of de ggz-sector overigens niet specifiek genoemd.