Contact
Home > Knelpunten en aanbevelingen > Anonieme hulpverlening > Anonieme hulpverlening: aanbevelingen

Anonieme hulpverlening: aanbevelingen

1. Zorg bij anonieme hulpverlening voor structurele financiële dekking.

Rianne van der ZandenRianne van der Zanden:
"Jongeren melden zich spontaan aan."

Zonder duidelijk structureel financieringsmodel heeft beginnen met anonieme hulpdiensten weinig zin. Hoe goed de zorg van een hulp-site ook is, uiteindelijk zal het uitblijven van structurele inkomsten tot financiële problemen leiden, en daarmee, op termijn, tot gedwongen sluiting van de dienst. Dat is zonde van de energie. De structurele financiering hoeft niet noodzakelijk afkomstig te zijn van overheid of zorgverzekeraars. Alternatieve vormen van financiering zijn mogelijk, zoals particuliere fondsen of schenkingen. Veel diensten starten met tijdelijke financiering. In de proefperiode blijkt dan niet zelden dat de dienst meerwaarde heeft. Vervolgens stopt de financiering, en wordt de overheid gevraagd om de dienst structureel te steunen. Sommige partijen vinden hun weg naar politieke partijen, en weten op deze manier nieuwe tijdelijke subsidies aan te boren. Andere partijen zijn minder initiatiefrijk, en stoppen stilzwijgend hun dienstverlening. Dit patroon, dat een zekere mate van willekeur in zich draagt, moet worden doorbroken.

2. Borg financiering van anonieme hulpverlening door middel van wetswijziging en premiegefinancierd fonds.

Ook de patstelling over de financiering van minstens een deel van de anonieme hulpverlening moet op korte termijn worden doorbroken. De hier beschreven wetswijziging en algemene maatregel van bestuur moet worden doorgevoerd. Daarbij horen tegelijkertijd maatregelen die onevenredige groei van het anonieme aanbod begrenzen en de kwaliteit van het aanbod verzekeren. Een van de mogelijke redenen waarom de oplossing voor anonieme hulpverlening zo lang op zich laat wachten is dat het kan leiden tot ongewenste vervanging van reguliere zorg. Zeker nu steeds intensievere vormen van anonieme zorg ontstaan, kan het voor patiënten niet alleen zorginhoudelijk maar ook financieel aantrekkelijk zijn om te kiezen voor een anonieme hulpvorm. Dat mag en kan geen reden zijn om te kiezen voor anonieme zorg. Het is zorginhoudelijk nog altijd beter om te werken met een geïdentificeerde patiënt. Twee zaken moeten worden vastgesteld. Ten eerste moet duidelijk zijn hoe het aantal anonieme contacten beheersbaar blijft, en ten tweede moet er een duidelijk kader worden vastgesteld waar een organisatie voor anonieme hulpverlening aan moet voldoen.

"Ik zal de beschikbaarheid en toegankelijk van de gezondheidszorg bevorderen."
- Uit de Artseneed van de KNMG en de VSNU (2003).

3. Leg professionele grenzen en richtlijnen vast.

Anonieme hulp kent duidelijke voordelen voor de cliënt. Het is veilig en laagdrempelig. Vanuit het perspectief van de hulpverlener zijn de voordelen minder groot. Het is winst als met anonieme hulpvormen cliënten worden bereikt die anders geen hulp zouden zoeken. Dit voordeel moet echter wel zijn afgewogen tegenover de professionele verantwoordelijkheid. Hulpverleners die een behandelrelatie aangaan met een anonieme patiënt begeven zich in een kwetsbare positie. Drie zaken vragen de aandacht. Ten eerste moeten er heldere afspraken komen over de voorwaarden waaronder herhaald contact met een cliënt kan worden aangeboden zonder behandelrelatie (in de zin van de wet). Ten tweede moet duidelijk worden onder welke voorwaarden een anonieme behandelrelatie mag worden aangeboden. Ten derde moeten er meer, expliciete richtlijnen komen over de manier waarop in een anonieme behandelrelatie moet worden omgegaan met zaken die voortvloeien uit de wetgeving en de professionele verantwoordelijkheid. Het is aan de beroepsgroep om op deze vragen antwoord te geven. Gezien de stormachtige groei van anonieme hulpverlening en de neiging binnen het veld om ook meer en intensievere zorg op anonieme basis te verlenen, lijkt het wijs om de discussie snel te beginnen. Zonder grenzen en richtlijnen zullen individuele hulpverleners het slachtoffer worden van onduidelijke professionele normen.