Contact
Home > Knelpunten en aanbevelingen > Financiering > Financiering: aanbevelingen

Financiering: aanbevelingen

1. Deel de ontwikkelingskosten.

 

In de sectie over de ontwikkeling van e-health gingen we al in op de noodzaak van meer inhoudelijke samenwerking in de jeugd-ggz op e-healthgebied. Die samenwerking heeft ook financiële voordelen. Wanneer sectorbreed wordt besloten om een e-healthprogramma te ontwikkelen, kunnen de ontwikkelkosten worden gedeeld. Net als de inhoudelijke samenwerking gebeurt dit al in de jeugd-ggz, op kleine schaal. Opschaling van die vorm van samenwerking heeft evidente voordelen.

2. Stel een businesscase op.

Investeringen in de ontwikkeling van een e-healthtoepassing worden eenvoudiger gemaakt als kan worden aangetoond dat deze investeringen op termijn worden terugverdiend. Een businesscase, een zakelijke afweging van de kosten en baten, kan daarbij helpen. De baten kunnen bijvoorbeeld liggen in gewonnen tijd op de psychiatrische consulten, per sessie of in het aantal sessies, op een verbetering van de zorg waardoor er minder vervolgzorg wordt geconsumeerd, of op een vereenvoudiging van het zorgproces waardoor minder of minder hooggekwalificeerd personeel kan worden ingezet. Door deze baten terug te vertalen naar financiële baten kan in een spreadsheet worden berekend of en wanneer de investeringen zijn terug te verdienen. Zo’n businesscase geeft richting aan de implementatie, omdat nog voor de invoering duidelijk is welke uitkomsten moeten worden gemonitord en bewaakt.

3. Ontwikkel niet, maar pas toe.

Rob GerritsRob Gerrits: "Je kunt tot op een bepaalde hoogte sturen. Maar je hebt ook marktpartijen."

“Als we niet gaan gebruiken wat we hebben, kunnen we blijven ontwikkelen en experimenteren tot we een ons wegen. Veel zoden zet het dan niet aan de dijk”, verzucht Rianne van der Zanden in haar interview in hoofdstuk 2. Daar heeft zij een punt, ook vanuit financieel perspectief. Leveranciers van behandelplatformen bieden vaak de mogelijkheid om op licentiebasis gebruik te maken van eerder ontwikkelde behandelprogramma’s. Het gebruik van die programma’s ligt ongeveer rond de veertig tot vijftig euro per patiënt. Van dat aanbod wordt naar onze indruk nog weinig gebruikgemaakt, terwijl daardoor forse ontwikkelingskosten zijn te vermijden. Mogelijk komt dat omdat de kwaliteit van het aanbod inderdaad nog te wensen overlaat. Het bestaan van dit model is echter positief, en biedt een praktische route om de zakelijke samenwerking tussen organisaties concreet vorm te geven.

Een praktisch probleem dat dan echter wel moet worden opgelost is dat vrijwel alle programma’s alleen draaien op het systeem van specifieke platformleveranciers. Deze ‘lock-in’ is onwenselijk. Van de platformindustrie mag op termijn een meer flexibele houding worden verwacht, waardoor het makkelijk wordt om behandelingen te verhuizen naar systemen van concurrenten. Dat kan bij tekstverwerkers, bij databases, bij workflowspecificaties. Waarom dan niet bij behandelingen? De ICT-sector heeft daarin een standaardisatieslag te maken.

4. Check vergoeding van specifieke toepassingen.

Zolang de voorwaarden voor de inzet van e-health zo onduidelijk blijven als ze nu zijn, verdient het aanbeveling om in contractbesprekingen met verzekeraars te checken of zij de voorgestelde digitale zorg vergoeden. De ‘wegwijzer financiering e-health’ op de website zorgvoorinnoveren.nl kan houvast geven bij de voorbereiding op deze besprekingen. Sommige individuele verzekeraars blijken ook bereid om op experimentele en tijdelijke basis een toepassing te vergoeden. Ten slotte kan ook aan de patiënt worden gevraagd om de behandeling zelf te betalen. Deze optie lijkt vooral aantrekkelijk voor relatief goedkope toepassingen, zoals mobiele apps, psycho-educatieve cd-roms, of sommige serious games.