Contact
Home > Knelpunten en aanbevelingen > Financiering > Financiering: knelpunten

Financiering: knelpunten

Ontwikkeling is duur

Maretha de JongeMaretha de Jonge:
"De kern is een goed behandelprogramma en een goed beveligde database."

De ontwikkeling van een volwassen e-healthtoepassing vraagt al gauw enkele tonnen. Daar komen de validatiekosten nog bij.

E-health vraagt forse investeringen. En die moeten worden gedekt. Overheid, verzekeraars, publieke fondsen en de jeugd-ggz zelf steunen al jaren de ontwikkeling van e-healthtoepassingen, met vaak eenmalige of tijdelijke financiële bijdragen. Maar het is de vraag of deze investeringen ook zullen worden terugverdiend. Wie de ontwikkelingskosten van e-health meeweegt kijkt al gauw met andere ogen naar de veronderstelde kostenbesparingen.

E-healthontwikkelaars hebben wellicht nog wat te leren van de farmaceutische industrie. Daar wordt de prijsstelling van een product in ieder geval vastgesteld aan de hand van financiële modellen waarin, naast de productiekosten van het middel (die vaak een fractie vormen van de prijs), ook ontwikkelings- en validatiekosten worden opgenomen. In de ggz lijkt deze zakelijke benadering vooralsnog minder ontwikkeld te zijn. De ontwikkelingskosten van e-healthtoepassingen liggen zo hoog, dat het goed zou zijn als hier meer aandacht voor zou komen. Tot die tijd stelt de ontwikkeling van e-healthtoepassingen individuele organisaties voor forse, vaak ongedekte, investeringen.

Onduidelijke vergoeding

Voor de implementatie van e-healthtoepassingen is het belangrijk om te weten of de inzet van de toepassing als verzekerde zorg kan worden gedeclareerd. Daarover bestaat veel onduidelijkheid, ondanks pogingen om daarover meer zekerheid te verschaffen.

Het College voor Zorgverzekeringen (CvZ) stelt dat als bestaande, al verzekerde zorg in een e-healthvorm aangeboden wordt, die zorg verzekerde zorg blijft als de samenstelling en de effectiviteit ervan niet wezenlijk wijzigen ten opzichte van de oorspronkelijke zorg. Dat klinkt goed. In de praktijk echter geeft dit weinig houvast, omdat de samenstelling van de zorg in e-healthvorm vaak wel wijzigt. Bovendien is van vrijwel nog geen enkele toepassing met zekerheid vastgesteld dat de effectiviteit van e-health equivalent is aan de oorspronkelijke zorg. De stellingname van CvZ laat dan ook ruimte voor interpretatie. Zo kan het dat niet-gevalideerde online behandelingen wel worden vergoed vanuit het basispakket, terwijl de vergoeding van gevalideerde gecomputeriseerde werkgeheugentrainingen voor kinderen met ADHD ter discussie wordt gesteld. Deze onduidelijkheid belemmert de voortvarendheid waarmee e-health kan worden ingevoerd.