Contact
Home > Knelpunten en aanbevelingen > ICT > ICT: aanbevelingen

ICT: aanbevelingen

1. Moderniseer de technische infrastructuur.

Joann HinrichsJoann Hinrichs:
"Telkens loop je tegen die hoge kosten aan."

Het is lastig innoveren in een conservatieve en beperkte technische context. Een geslaagde invoering van e-health vraagt daarom een modernisering van de infrastructuur in de jeugd-ggz. Dit vraagt een omslag in het denken. Van ‘het programma moet ook kunnen draaien onder Explorer 8 en die filmpjes moeten eruit, want wij hebben geen geluid’ naar ‘hoe krijg ik Explorer 10 in Citrix, en hoe zorg ik dat geluid en film het dan gewoon doen?’ Het is een goede stap om medewerkers meer mobiel te maken door hen te voorzien van tablets, zoals bijvoorbeeld gebeurde bij GGZ Noord-Holland-Noord en bij de ggz-instelling Lentis. Maar het gebruik van de tablets staat of valt met de beschikbaarheid van een goed wifi-netwerk en een goede, gebruiksvriendelijke app waarmee medewerkers de systemen van de organisatie kunnen benaderen. De looptijd en de kosten van zo’n verbeterslag moeten niet worden onderschat, en vragen waarschijnlijk meer dan de 3.597 euro die op dit moment gemiddeld per werkplek in de ggz aan ICT wordt besteed. Maar zonder die investeringen zullen e-healthtoepassingen blijven ontbreken in de dagelijkse praktijk. Als verzekeraars en overheid e-health willen bevorderen, doen ze er misschien beter aan om niet zozeer specifieke programma’s als wel de modernisering van de technologische infrastructuur in de ggz te bevorderen.

2. Bewaak samenhang tussen EPD, ROM en e-health.

Grote kansen liggen in een nauwere samenwerking tussen de verschillende innovaties in de ggz. Routine Outcome Monitoring heeft veel raakvlakken met e-health. In de meest efficiënte vorm worden uitkomstmaten verzameld via online systemen waarmee vragenlijsten digitaal zijn af te nemen. De resultaten zijn dan direct beschikbaar, wat de relevantie van de meting voor de behandeling verhoogt, en daarmee de ervaren relevantie en inzet van ROM. Nog beter is het als ROM is geïntegreerd in het online behandelplatform. Organisaties die daarvoor kiezen, zoals Interapy, rapporteren responspercentages van 79 procent (voor- en nametingen), een resultaat dat fors afwijkt van het huidige gemiddelde responspercentage van negen procent in de ggz. De realisering hiervan vereist nauwe samenwerking. Zo doen ROM-projectleiders er goed aan om bij de aanschaf van online ROM-systemen te letten op de mogelijkheid om deze systemen te integreren in e-healthtoepassingen. Vice versa doen projectleiders e-health er goed aan om bij de aanschaf van een behandelplatform te onderzoeken of het bestaande ROM-systemen ondersteunt. Dit vereist intensiever overleg dan op dit moment plaatsvindt.

3. Organiseer sectorbreed overleg tussen ICT-partners en jeugd-ggz.

De invoering van e-health is gebaat bij een regelmatig overleg tussen vertegenwoordigers van brancheorganisaties van zowel de ggz als ICT-bedrijven die diensten leveren aan de ggz. Het overleg vindt nu voornamelijk plaats tussen specifieke organisaties en specifieke ICT-aanbieders. Verschillende ICT-aanbieders organiseren bijeenkomsten voor hun klanten, maar de scope van deze bijeenkomsten is beperkt. Sommige vraagstukken, zoals het interoperabiliteitsvraagstuk en het gebruik van communicatiestandaarden, vragen een breder overleg tussen alle betrokken partijen. GGZ Nederland en Nictiz lijken de aangewezen organisaties om zo’n overleg te initiëren. Van een branchevereniging voor ICT-leveranciers voor de ggz is op dit moment geen sprake. Het zou goed zijn als zo’n technische kennisbundeling op korte termijn wel zou worden opgericht. Er gaat op dit moment te veel energie verloren aan het meermalen verzinnen van lokale oplossingen voor problemen die in de hele sector spelen. De ggz bekostigt nu te vaak de ontwikkeling van functionaliteiten die van een goede softwareleverancier als basis, out-of-the-box, mogen worden verwacht.