Contact
Home > Knelpunten en aanbevelingen > Invoering > Invoering: knelpunten

Invoering: knelpunten

Top-downaanpak

Bart SiebelinkBart Siebelink: "Verlicht despoot nodig"

“Hier heb je een nieuwe behandelmethode. Die is nog niet helemaal af, maar het is ‘e-’, en je kunt er dus veel tijd mee besparen. Tenminste, dat denken we. We weten dat je het eigenlijk te druk hebt, maar we willen je toch vragen om dit enthousiast op te pakken. Binnenkort volgt een training, en dan is het de bedoeling dat je daarna zo’n twintig procent van je behandelingen via dit systeem gaat uitvoeren. We moeten wel nog even goed nadenken over het profiel van de cliënt waarvoor deze toepassing geïndiceerd is, maar dat hoor je nog.”

Deze monoloog is een karikatuur die geen recht doet aan de serieuze en oprechte pogingen om van e-health een succes te maken. Maar het illustreert de manier waarop e-health in de afgelopen jaren in de ggz wel werd geïntroduceerd: top-down, zonder overleg met of participatie van de werkvloer, werden systemen soms haastig geïntroduceerd waarvan eigenlijk nog niet vaststond welk praktisch probleem ermee werd opgelost of hoeveel er echt mee te besparen was. Bovendien stond – omdat onderzoek niet was uitgevoerd – ook lang niet altijd vast dat de kwaliteit van de zorg met deze systemen op peil zou blijven. Vanuit dat perspectief is er bij de aarzeling van de behandelaren om de systemen in te zetten misschien niet zozeer sprake van weerstand, maar eerder van gezond verstand.

Dat technologie de geestelijke gezondheidszorg kan verbeteren, lijkt een juiste aanname. Er bestaan goede voorbeelden die deze aanname onderschrijven – ze staan in dit boek. De Killer Application, het programma dat ervoor zorgt dat de ggz massaal overstapt naar gecomputeriseerde therapie, is nog niet gevonden. Het blijft voorlopig zoeken naar de juiste vorm. Een top-downaanpak lijkt, gezien deze situatie, (nog) niet de meest vruchtbare benadering. Dat wil overigens niet zeggen dat bestuurders niet betrokken zouden moeten zijn bij de invoering van e-health. Integendeel, volgens onderzoekers van de Erasmus Universiteit moet die betrokkenheid zelfs groter. Maar dat mag zich misschien zich wat meer uiten in een dialoog. In de woorden van Frank Schalken, adviseur e-health bij e-hulp.nl: “medewerkers willen wel veranderen, maar niet veranderd worden“.

Onvoldoende implementatiebudget

De kosten gaan voor de baten uit. De invoering van nieuwe manieren van werken kost tijd en geld. Werkprocessen moeten worden aangepast, IT-systemen gekoppeld, behandelaren getraind, patiënten voorgelicht, en ga zo maar door. Zelfs de meest efficiënte toepassing moet eerst worden ingeregeld voordat besparingen kunnen worden geboekt. En dat vraagt tijd, een goed plan, en voldoende budget. De jeugd-ggz heeft de afgelopen jaren geïnvesteerd in de ontwikkeling van e-healthtoepassingen voor kinderen en jeugd. Dat heeft mooie toepassingen opgeleverd. Maar het is onrealistisch om te verwachten dat deze toepassingen probleemloos in de praktijk zullen landen. Het verhaal is niet klaar als de toepassing er is. Ook in de implementatie moet worden geïnvesteerd. Uit onze contacten met het veld bleek echter dat de noodzaak van deze investering nog niet overal (voldoende) wordt gezien.