Contact
Home > Knelpunten en aanbevelingen > Onderbouwing > Onderbouwing: aanbevelingen

Onderbouwing: aanbevelingen

Evidence

Pier PrinsPier Prins: "Weten waarom je doet wat je doet."

Het heeft weinig zin om de prille onwikkeling van e-health in de jeugd-ggz als een Atlas te belasten met de dubbele mores van de geestelijke gezondheidszorg. Daarbij zijn er ook valide argumenten voor de strengere eisen die worden gesteld aan medicamenteuze behandelingen. Zo is bijvoorbeeld een overdosis cognitieve gedragstherapie in de regel niet dodelijk. Desondanks mag van het veld wel een meer evidence-based aanpak worden verwacht, en geëist. Te denken valt aan de volgende richtlijnen voor de introductie van e-healthtoepassingen in de jeugd-ggz:

1. Begin met onderbouwde, effectieve behandeling.

Start, zolang de effectieve elementen van e-healthtoepassingen niet duidelijk zijn, zo veel mogelijk met specifieke, goed onderbouwde, effectieve behandelingen. Begin niet met de ontwikkeling van een nieuw programma voordat onderzoek heeft uitgewezen dat de beoogde behandeling niet al elders bestaat of in ontwikkeling is.

2. Bouw op bewezen waarde.

Baseer nieuwe e-healthtoepassingen zo veel mogelijk op specifieke therapeutische technieken en protocollen die hun waarde face-to-face al hebben bewezen. Dus niet: “het programma is gebaseerd op de cognitieve gedragstherapie”, maar “het programma is gebaseerd op de Behavioural Parenting Training Groningen, een behandelprotocol waarvan de effectiviteit in eerder onderzoek is aangetoond”. Werk daarbij nauw samen met de ontwikkelaars van deze protocollen.

3. Toets veiligheid en effect vooraf met een pilot.

Stel, voorafgaand aan de implementatie van een e-healthprogramma, minimaal met een wetenschappelijke pilotstudie vast dat het programma veilig en effectief is. Maak de resultaten van deze studie algemeen toegankelijk.

4. Meet en hermeet (ROM) en deel de resultaten.

Binnen afzienbare tijd zal het mogelijk zijn om met (uitgebreide) Routine Outcome Monitoring (rommen) in de praktijk vast te stellen of met het programma het gewenste resultaat wordt bereikt. Publiceer de meetresultaten jaarlijks als bijlage bij het maatschappelijk jaarverslag en in de wetenschappelijke fora.

5. Bestaande zorg niet meteen schrappen.

Wanneer e-health bestaande zorg vervangt, houd dan aanvankelijk de bestaande zorg ten dele in stand zodat een valide vergelijking tussen de twee vormen van zorg kan worden gemaakt en patiënten een keuze hebben. Stop pas met de traditionele zorg wanneer de e-healthtoepassing minimaal equivalent blijkt aan de traditionele zorg, op uitkomstmaten die van tevoren zijn vastgesteld.

6. Bevorder onderzoek.

Stimuleer fundamenteel onderzoek naar de werkzame elementen van effectieve e-health voor de (jeugd-)ggz. Definieer en documenteer het onderzoek zorgvuldig, zodat specifieke toepassingen op de aanwezigheid van deze elementen kunnen worden getoetst.

"Ik zal aan de patiënt geen schade doen (...) Ik zal mij open en toetsbaar opstellen, en ik ken mijn verantwoordelijkheid voor de samenleving."
- Uit de Artseneed van de KNMG en de VSNU (2003).