Contact
Home > Knelpunten en aanbevelingen > Onderbouwing > Onderbouwing: knelpunten

Onderbouwing: knelpunten

Snelheid versus effectiviteit

E-health staat hoog op de agenda in de jeugd-ggz. Instellingen die vaart maken met de introductie van e-health worden hiervoor door verzekeraars beloond in de vorm van grotere budgetten tijdens de contractonderhandelingen. Dat heeft een positief effect: het leidt tot de ontwikkeling van behandelingen die zijn toegesneden op jeugdigen. Die bestonden enkele jaren geleden nog niet. Er wordt, zo mag worden vastgesteld, met enthousiasme geïnnoveerd. Het leidt echter ook tot versnelde invoering van programma’s waarvan de effectiviteit nog niet is aangetoond. En dat is minder positief.

Maretha de JongeMaretha de Jonge: online ophalen van informed consent is lastig.

Zorgvuldige invoering van e-health is gewenst, vooral wanneer het reguliere zorg vervangt. Is het elektronische alternatief even effectief in het verminderen van de klachten? Is het inderdaad efficiënter en kosteneffectiever? Heeft het geen onbedoelde, negatieve bijeffecten? Het is belangrijk dat deze vragen beantwoord zijn voordat een behandeling in de praktijk wordt gelanceerd. In de ggz lijkt met twee maten te worden gemeten. Voor medicatie gelden zeer strikte regels, zowel wat betreft de verantwoording van de samenstelling van het medicijn, de bewijskracht van het wetenschappelijke effectiviteitsonderzoek, als voor toepassingen in de dagelijkse praktijk. Voor niet-medicamenteuze behandelingen lijken deze regels soepeler. Generieke uitspraken als ‘gebaseerd op cognitieve gedragstherapie’ lijken genoeg reden om een nieuwe behandeling als effectief te betitelen. Nieuwe behandelingen worden soms zonder enige vorm van validatie in de praktijk geïntroduceerd. Dat is niet goed. Van nieuwe behandelvormen kan niet worden uitgesloten dat ze de patiënt mogelijk schaden, dat ze mogelijk niet effectief zijn of minder effectief dan gedacht, of dat ze mogelijk niet worden geaccepteerd door de patiënt of de behandelaar.

Techniek en impact

Onderzoek naar e-mental-healthtoepassingen heeft laten zien dat e-health effectief kan zijn. Maar dit onderzoek is voornamelijk uitgevoerd onder volwassenen. Daarbij laat de onderzoeksliteratuur ook zien dat de effectiviteit van programma’s onderling behoorlijk kan verschillen. Feit is dat nog relatief onduidelijk is of e-healthtoepassingen ook effectief zijn in jongere populaties, en wat de effectieve bestanddelen van een effectieve e-healthtoepassing nou precies zijn. Daarom zal, voorlopig, elke toepassing op eigen merites moeten worden beoordeeld. Het is (nog) niet genoeg om te wijzen op de effectieve therapeutische technieken waarop een behandeling is gebaseerd. De techniek kan de impact van een behandeling vergroten, maar ook verkleinen.

Onderzoek kost tijd en geld. Het kost al gauw tien jaar en enkele tonnen om de effectiviteit van een nieuwe behandeling vast te stellen. Bovendien moet dan altijd ook nog rekening worden gehouden met teleurstellingen. Die tijd lijkt de jeugd-ggz nu niet gegeven. Nieuwe behandelingen worden daarom versneld ontwikkeld en versneld ingevoerd.