Contact
Home > Knelpunten en aanbevelingen > Ontwikkeling > Ontwikkeling: knelpunten

Ontwikkeling: knelpunten

Versnippering

Joann Hirichs, Maretha de Jonge en Rob GerritsJoann Hinrichs, Maretha de Jonge en Rob Gerrits: sterke behoefte aan uitwisseling kennis

Voor dit boek over e-health is een groot aantal medewerkers uit de jeugd-ggz geraadpleegd. In deze gesprekken was versnippering een belangrijk thema. “Iedereen zit in zijn eigen kasteel, in zijn eigen toren te worstelen met vraagstukken die ons allemaal raken”, constateerde een e-healthexpert. Sommigen schreven de situatie toe aan de toegenomen ‘concurrentie’ in de zorg. Zorginstellingen hebben herkend dat zij zich met e-health in de markt kunnen onderscheiden, en zijn er mede daarom in gaan investeren. Ruimhartige kennisdeling past niet bij deze strategie. Moeizaam behaalde concurrentievoordelen geef je blijkbaar niet zomaar weg, zelfs niet in dit internettijdperk waarin transparantie, netwerken en uitwisseling van kennis juist zo centraal staan. Toch lijken de professionals die in de jeugd-ggz aan e-health werken, daar wel sterke behoefte aan te hebben.

Overlappende initiatieven

We zouden de jeugd-ggz tekortdoen door te beweren dat iedereen er op een eigen eiland aan e-health werkt. Er zijn wel degelijk clusters. In het ‘Expertisenetwerk KJP’ ontwikkelen zeven instellingen uit de kinder- en jeugdpsychiatrie gezamenlijk e-healthtoepassingen voor jeugdigen; klanten van Minddistrict, waaronder Dimence, Altrecht en GGZ Noord-Holland-Noord, werken samen aan blended e-healthprogramma’s voor de jeugd; de Parnassia Groep gebruikt een in eigen huis ontwikkeld behandelplatform, het e-healthwarenhuis, om blended online programma’s bij al haar zorginstellingen uit te zetten. En zo zijn er meer initiatieven. Men werkt samen. Maar die clusters werken grotendeels langs elkaar heen, en zelfs binnen de clusters is men soms met sterk overlappende projecten bezig. E-health voor jongeren met ADHD en depressieve klachten: in vrijwel elk cluster zijn gelijksoortige e-healthtoepassingen te vinden die zich richten op deze groepen. Dat roept de vraag op of de innovatiegelden van de jeugd-ggz – dat zijn vaak publieke middelen – niet doelmatiger te besteden zijn.

Validatie niet altijd onderdeel van ontwikkelingsfase

Al eerder stelden onderzoekers vast dat bij e-health die gericht is op jongeren, de onderbouwing vaak onduidelijk is. Toepassingen die zonder wetenschappelijke evaluatie in de praktijk worden gebracht, blijken er nog altijd te zijn. Terwijl een gedegen uitgevoerd pilotonderzoek naar de veiligheid en werkzaamheid van een programma toch tot het minimale ontwikkelingstraject behoort. Pas wanneer zo’n voorstudie met positief resultaat is afgerond, zou implementatie mogen worden overwogen. Mits de effectiviteit van het programma ook in de praktijk een onderwerp van studie blijft.