Contact
Home > Toegang > Getrapte zorg

Getrapte zorg

Met getrapte, laagdrempelige online zorg kunnen onbereikte groepen worden bereikt en kan overbehandeling worden vermeden. Dat type basisvoorzieningen (stepped care) heeft de jeugd-ggz, in samenwerking met maatschappelijke partners, in de afgelopen jaren weten te ontwikkelen. Een breed, maar ook onduidelijk aanbod waarvan de effectiviteit niet altijd even duidelijk is.

jongetje op bankje met gameboyOndersteunend hulpverlener toevoegen aan programma's

Vroege e-health-initiatieven in de geestelijke gezondheidszorg richtten zich voornamelijk op preventie en psycho-educatie. Naarmate de technische mogelijkheden op internet toenamen, werden meer interactieve elementen toegevoegd, zoals zelftests, discussiefora en online oefeningen. Zo onstonden online zelfhulpprogramma’s, digitale pendanten van het zelfhulpboek. Aanvankelijk kwam daar geen hulpverlener aan te pas. Maar onderzoek wees uit dat de effecten van onbegeleide zelfhulpprogramma’s statistisch klein zijn en dat deelnemers dit soort programma’s niet afmaken. Veel ontwikkelaars voegen daarom tegenwoordig ondersteuning van een hulpverlener aan hun programma’s toe. Dat bleek een positief effect te hebben op zowel de therapietrouw als de impact van de programma’s. Begeleide zelfhulp is op dit moment de standaard voor de programma’s die voor de basis-ggz worden ontwikkeld. Vrijwel alle websites bieden een combinatie van informatie, interactieve tests, contact met lotgenoten en een hulpverlener via e-mail, chat of digitaal forum.

Effectiviteit niet onderzocht

Het aanbod op internet is de laatste jaren enorm gegroeid, met name voor jongeren. Patiënten en professionals, zelfs goed ingevoerden, hebben moeite om die groei bij te houden en te overzien. De kwaliteit van het gros van het aanbod is niet duidelijk.

Effectiviteit nauwelijks te achterhalen

Heleen Riper en collega’s van het Trimbos-instituut identificeerden in 2007 zestien programma’s voor jongeren vanaf twaalf jaar. Geen van deze programma’s bleek op effectiviteit te zijn onderzocht. Professor dr. Peter Nikken van het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) analyseerde in hetzelfde jaar maar liefst vijftig hulpsites, gericht op kinderen en jeugd. Hij stelde vast dat op basis van de gegevens van de websites nauwelijks was te achterhalen hoe effectief het aanbod was. Karen van Rooijen van het NJi kon in 2011 positiever berichten. Zij vond goede aanwijzingen voor de effectiviteit van online hulp, vooral in diverse overzichtsstudies onder volwassenen, maar ook in een toenemend aantal primaire studies onder jongeren en (in mindere mate) kinderen. Overzichtsstudies van online hulp voor kinderen en jeugd bleken echter nauwelijks beschikbaar.

Breed en diffuus aanbod

Het is ondoenlijk om het hele spectrum aan programma’s te beschrijven. Daarvoor is het veld te breed en te diffuus. Toch zijn er enkele opmerkelijke programma’s die de aandacht van professionals in de kinder- en jeugdpsychiatrie, verwijzers en de architecten van de jeugdzorg verdienen: 113Online, 99gram, Alles onder controle online, Grip op je Dip en PratenOnline.