Contact
Home > Toegang > Obstakels

Obstakels

De hordeloop naar anonieme hulp bij depressie

Grip op je Dip Online is een preventieprogramma voor jongeren met depressieve klachten. Het is een van de weinige online programma’s voor jongeren waarvan de effectiviteit is vastgesteld. Maar de initiatiefnemers lopen nu, bij de verdere opschaling, tegen taaie vraagstukken aan. Rob Gerrits en Rianne van der Zanden, kernleden van de ontwikkelgroep, noemen twee obstakels bij het bereiken van jongeren met een depressie: waarborgen van de anonimiteit, en verwijzing door huisartsen.

Rob Gerrits en Rianne van der ZandenRob Gerrits en Rianne van der Zanden: gewaagd concept, maar het werkte.

“We weten dat er veel jongeren met depressieve klachten zijn, maar we merkten dat wij ze moeilijk bereikten”, zegt Gerrits, staflid bij Dimence. “We boden preventiecursussen aan, maar die kregen we moeilijk vol. Simone Sas van De Jutters kwam toen met het idee om een goed programma, Grip op je Dip, naar een internetformat te vertalen. Die jongeren zitten online, zo was de gedachte, dus daar zou je ze moeten kunnen bereiken. Daarmee zijn we in 2003 met een aantal ggz-instellingen en een goed meedenkend ICT-bedrijf aan de slag gegaan.” Grip op je Dip Online werd een gezamenlijk project van De Jutters, Indigo/Altrecht, Dimence en het Trimbos-instituut.

Gerrits: “Jongeren kunnen anoniem deelnemen aan Grip op je Dip. We hoeven niet precies te weten wie er meedoet. Een gewaagd concept, maar het werkte. We hoopten drempels weg te nemen, en die hoop bleek uiteindelijk terecht. We hadden een goed product neergezet waar jongeren met enthousiasme aan deelnamen. Prachtig.”

De ontwikkelaars zijn met name enthousiast over het programma omdat ze met Grip op je Dip een evidence-based product in handen hadden. Rianne van der Zanden (Trimbos): “Evidence-based programma’s voor jongeren zijn schaars. Het is al heel wat als een programma draait, gebruikt wordt en met voor- en nametingen wordt gemonitord. Programma’s voor jongeren die zijn onderworpen aan gerandomiseerd onderzoek moet je echt met een lampje zoeken. Met Grip op je Dip Online hebben we dat hele traject doorlopen. Dat heeft veel tijd, geld en energie gekost. Dan hoop je natuurlijk dat zo’n programma vanzelf wordt opgepikt door het veld, helemaal als het in de richtlijnen terechtkomt. Maar zo gaat dat niet. Het implementeren van een evidence-based programma vraagt nieuwe energie.”

Anonimiteit ter discussie

Aanvankelijk leek Grip op je Dip Online goed aan te slaan; het aantal deelnemers nam gestaag toe. “Tot 2011 ging het bergop. Meer ggz-instellingen haakten aan en de aanmeldingen namen toe. Maar toen barstte de discussie over anonimiteit los. Zorggebruik moest herleidbaar zijn tot individuen. Anoniem aanbod werd niet langer vergoed. Toen de anonimiteit werd opgeheven, namen de aanmeldingen voor Grip op je Dip direct af met zestig procent. De zaak stortte daardoor in 2011 eigenlijk een beetje in”, aldus Gerrits.

“Niet alle jongeren willen dat hun ouders erachter komen dat ze het moeilijk hebben, bijvoorbeeld doordat er een afrekening van de zorgverzekeraar op de deurmat valt. Want soms zijn ouders de aanleiding. Als er thuis vaak ruzie en gedoe is, dan kun je daar behoorlijk somber van worden. Een andere reden voor anonimiteit is dat de jongeren het lotgenotencontact waarderen, maar alléén als ze onderling anoniem kunnen blijven.”

Van der Zanden stelt vast dat er te weinig naar Grip op je Dip wordt doorverwezen, ondanks alle publiciteit rond het programma: “We hebben gepubliceerd in vakbladen, congressen bezocht en talloze flyers en posters rondgestuurd. Maar huisartsen en andere eerstelijns professionals verwijzen maar mondjesmaat door, terwijl we toch weten dat zij onze doelgroep zien.”

“We hebben wel onderzoek gedaan naar de reden waarom er zo weinig wordt doorverwezen: ‘Grip’ richt zich op jeugdigen met een subklinische tot matige depressie, maar huisartsen weten daarmee toch nog niet goed raad. Wat is dat nou precies, vragen ze zich af. Hoe beoordeel je of een jongere geschikt is voor behandeling op afstand? Ook blijken ze toch niet goed op de hoogte van de inhoud van ons programma. Ze zijn terughoudend, bang om de jongeren kwijt te raken in het digitale bos. Ze spelen dan toch liever op safe, helemaal als de ggz-praktijkondersteuner een kamer verder zit. Die biedt toch ook goede hulp...”

“Gebruiken wat we hebben”

“Met subsidie van ZonMw is een project begonnen om, samen met huisartsen en POH-GGZ, goed in kaart te brengen welke barrières er liggen, om die vervolgens te doorbreken. Waarom wordt er zo weinig verwezen? Waarom worden dit soort interventies door het veld zo traag opgepakt? Ik denk dat dat één van de belangrijkste vraagstukken rond e-mental health is van dit moment. In dit project willen we knelpunten opsporen en wegnemen. Ook wordt nieuwe kennis gedeeld over hoe jongeren met subklinische depressie hun klachten verwoorden, om zo de signalering te verbeteren. Want als we niet gaan gebruiken wat we hebben, en wat bewezen effectief is, kunnen we blijven ontwikkelen en experimenteren tot we een ons wegen. Veel zoden zet het dan niet aan de dijk”, aldus Van der Zanden.

Intussen kijkt Gerrits terug op een moeilijk jaar: “We hebben de cursus in 2012 kunnen aanbieden met een subsidie van VWS voor anonieme online hulp. Mogelijk volgend jaar weer, maar zeker is dat niet. Die onzekerheid is funest. Het duurde vrij lang voordat duidelijk werd of we voor die subsidie in aanmerking kwamen. Vijf van de dertien deelnemende instellingen zijn daarom gestopt. Ze durfden het risico niet aan. Wat we nodig hebben is een structurele oplossing voor anonieme hulp via het internet.”

Rianne van der Zanden is orthopedagoog en als wetenschappelijk onderzoeker en ggz-preventiewerker verbonden aan het Trimbos-instituut, waar ze leiding geeft aan multidisciplinaire projectteams die gezamenlijk werken aan e-health voor kinderen en jeugd.

Rob Gerrits (ontwikkelingspsycholoog) is landelijk coördinator van Grip op je Dip Online en projectleider e-mental health bij Dimence, waar hij de afgelopen jaren werkte aan de ontwikkeling en implementatie van verscheidene internetbehandelingen, waaronder online psycho-educatiecursussen voor ouders van kinderen met autismespectrumstoornissen en ADHD.