Contact
Home > Van beleid naar praktijk > Gevolgen voor de praktijk

Gevolgen voor de praktijk

Aanbod voor volwassenen voldoet niet

E-health voor volwassenen is onbruikbaar in de jeugd-ggz. De kinder- en jeugdpsychiatrie is niet voor niets een specialisme. De jeugd is uniek en vraagt unieke behandelvormen. Het onderzoek naar e-healthprogramma’s voor kinderen en jeugd staat in de kinderschoenen. Het e-healthbeleid is gebaseerd op de positieve resultaten van onderzoek onder volwassenen. Het is nog maar de vraag of de resultaten van dat onderzoek ook gelden voor kinderen en jeugd. De programma’s voor volwassen zijn voor het grootste deel onbruikbaar voor de jeugd-ggz. Wat aansluit bij volwassenen, doet dat niet noodzakelijk bij adolescenten, niet bij een kind van tien en niet bij een peuter.

Sector ontwikkelt zelf

Ten slotte is van belang dat jeugd in de regel niet alleen wordt behandeld. Bijna de helft van patiënten in de jeugd-gzz bestaat uit ouders, verzorgers of broers en zussen van de hoofdpatiënt. Het ‘systeemperspectief’ is in de volwassenenzorg een optie die de behandelaar kan kiezen. In de jeugd-ggz is het de norm: ouders worden altijd betrokken bij de behandeling. Door het gemis aan toepassingen voor kinderen en jeugd met ernstige psychische problematiek, zijn diverse organisaties in de jeugd-ggz zelf gaan ontwikkelen. Zo komen langzamerhand steeds meer e-healthprogramma’s beschikbaar. Accare kwam bijvoorbeeld met 99gram.nl, een website voor jeugdigen met eetproblemen, terwijl GGZ-Noord-Holland-Noord, Dimence en Altrecht experimenteerden met een combinatie van online en offline hulp voor adolescenten die lijden aan depressie. Het Dr. Leo Kannerhuis (centrum voor autisme) ontwikkelde verschillende e-healthtoepassingen voor jeugdigen met autismespectrumstoornissen. En het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie deed ervaring op met Brainwiki, een website voor jeugdigen met psychische klachten. En dat is nog maar een kleine greep uit het aanbod.

Losse initiatieven

Van expliciete precompetatieve samenwerking of een gecoördineerde ontwikkel- en implementatieagenda is nog geen sprake. De initiatieven in de jeugd-ggz staan veelal los van elkaar. Programma’s en ontwikkelkennis worden tussen instellingen maar spaarzaam gedeeld. Het enthousiasme van de sector heeft resultaat gehad, maar heeft ook geleid tot een onoverzichtelijke wildgroei. Professionals, patiënten en financiers zien door de bomen het bos niet meer. De invoering van e-healthtoepassingen verloopt moeizaam. Het bereik blijft vaak achter bij de verwachtingen. Alle betrokkenen – overheid, zorg-aanbieders, verzekeraars en patiëntenorganisaties – zoeken naarstig naar structurele financieringsvormen. Het risico dat goed bedoelde initiatieven stilvallen of onafgemaakt blijven liggen is evident.